Iedere saneerder kent het: een eindbeoordeling is positief, het werkgebied is vrijgegeven… en tóch duikt later een toezichthouder op die een veegspoor of stofrest ziet.
Wat volgt is vaak een kettingreactie: handhaving, meldplicht aan de CI, en soms zelfs een zware certificatiesanctie.
Maar de cruciale vraag wordt zelden gesteld:
𝗶𝘀 𝘇𝗶𝗰𝗵𝘁𝗯𝗮𝗮𝗿 𝘀𝘁𝗼𝗳 𝗮𝘂𝘁𝗼𝗺𝗮𝘁𝗶𝘀𝗰𝗵 𝗲𝗲𝗻 𝗷𝘂𝗿𝗶𝗱𝗶𝘀𝗰𝗵 𝗵𝗼𝘂𝗱𝗯𝗮𝗿𝗲 𝗴𝗿𝗼𝗻𝗱 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗲𝗲𝗻 𝘇𝘄𝗮𝗿𝗲 𝗺𝗮𝗮𝘁𝗿𝗲𝗴𝗲𝗹?
In deze publicatie leg ik uit waarom de NEN 2990 weliswaar streng is, maar de Awb nóg strenger — vooral voor certificerende instellingen die sancties opleggen. Zorgvuldigheid, motivering en evenredigheid zijn geen formaliteiten, maar harde juridische eisen.
